Een vroege luizenvlucht kan grote gevolgen hebben voor de pootgoedteelt. Luizen kunnen aardappelvirussen verspreiden voordat geïnfecteerde planten zichtbare symptomen vertonen. Hoe eerder luizen worden gesignaleerd, hoe gerichter een teler kan handelen.
Op VDBorne Campus wordt daarom een insectendetector getest die gebruikmaakt van AI. De detector is één van zes systemen die op verschillende locaties zijn geplaatst om het AI-model te trainen. Insecten worden aangetrokken door een gele plaat en vliegen vervolgens langs een camera. Zo worden ze automatisch vastgelegd en leert het systeem steeds beter herkennen wat er in het veld rondvliegt.

Ruim 10.000 insectendetecties
In de afgelopen weken zijn op VDBorne Campus al ruim 10.000 insecten gedetecteerd. Daarmee levert onze locatie tot nu toe verreweg de meeste waarnemingen op van alle testlocaties.
De detector staat bij het brede groenbemestermengsel op Field of the Future. De variatie aan planten trekt veel verschillende insecten aan. Dat levert waardevolle praktijkdata op om het AI-model verder te trainen.
Van plakstrip naar directe signalering
In de pootgoedteelt worden luizen nu vaak gemonitord met gele plakstrips die periodiek handmatig worden beoordeeld. Dat kost tijd, vraagt kennis en levert altijd een vertraagd beeld op. Als een plakstrip pas na enkele dagen of een week wordt bekeken, kan een eerste luizenvlucht al voorbij zijn.
Automatische monitoring kan dat veranderen. Een detector die continu insecten vastlegt en herkent, kan sneller inzicht geven in welke insecten aanwezig zijn en wanneer ze verschijnen. In de toekomst kan dat helpen om gewasbescherming gerichter in te zetten: niet preventief, maar op basis van actuele waarnemingen.
Wanneer meerdere detectoren in een gebied worden geplaatst, ontstaat bovendien een beter beeld van de verspreiding. Dan wordt eerder zichtbaar waar luizen opduiken en waar actie nodig is.
Breder dan luizen
De technologie is ook breder interessant. Op andere testlocaties zijn onder meer de suzukivlieg en de Aziatische tijgermug gesignaleerd. Zulke waarnemingen kunnen waardevol zijn voor monitoring van biodiversiteit en invasieve soorten.
Als deze vorm van monitoring zich verder bewijst, kan ze in de toekomst een waardevolle aanvulling worden binnen praktijkproeven.

