Wat is landbouwgrond eigenlijk waard?


De ruimte in Nederland is schaars. Landbouw, natuur, water, woningbouw, energie en infrastructuur vragen allemaal om ruimte. Dat betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt over grond. Daarbij gaat het vaak over de vraag welke functie grond in de toekomst moet krijgen. Maar misschien moet daar nog een andere vraag aan voorafgaan: welke waarde heeft die grond nu eigenlijk al?

De komende periode nemen we jullie vaker mee in deze vraag. Vanuit de praktijk laten we zien hoe we werken aan voedselproductie, bodem, water, biodiversiteit en innovatie, en wat we daarbij leren over de verschillende functies en waarde van landbouwgrond. 


Die vraag is actueel. Ook in de Ontwerp Nota Ruimte kiest het Rijk voor zorgvuldig omgaan met landbouwgrond. Wanneer landbouwgrond een andere functie krijgt, moet eerst worden gekeken naar mogelijkheden om functies te combineren of andere grond te benutten.

Dat is een interessante gedachte. Want een bestemming vertelt lang niet altijd het hele verhaal over wat er op een plek gebeurt en welke waarde daar aanwezig is.

Meer dan voedselproductie

Landbouwgrond is in de eerste plaats de basis voor onze voedselproductie. Maar de waarde ervan laat zich niet alleen uitdrukken in de hoeveelheid aardappelen, graan of groenten die er vanaf komt.

Landbouwgrond maakt onderdeel uit van het bodem en watersysteem, het landschap en de leefomgeving van planten, dieren en mensen. Welke functies een perceel vervult en welke functies gecombineerd kunnen worden, verschilt per gebied en soms zelfs per perceel.

Tegelijkertijd staat de landbouw zelf voor een grote veranderopgave. Van boeren wordt gevraagd om met minder emissies te produceren, zorgvuldiger om te gaan met water en gewasbeschermingsmiddelen, de bodem gezond te houden en tegelijkertijd voldoende en betaalbaar voedsel te produceren.

Nieuwe technieken en teeltsystemen ontstaan niet op papier. Om te ontdekken wat in de praktijk werkt, moet er worden getest, gemeten en geleerd. Ook daarvoor is ruimte nodig.

Niet op iedere hectare. Maar op plekken waar langdurig praktijkonderzoek plaatsvindt, kan landbouwgrond daarmee een extra functie krijgen. Er wordt voedsel geproduceerd én kennis ontwikkeld die uiteindelijk veel breder toepasbaar kan zijn.


Een bestemming vertelt niet het hele verhaal

Op de VDBorne Campus zien we dat in de praktijk. Een van de percelen naast de Campus gebruiken we sinds 2019 als innovatieveld. We werken er met strokenteelt en onderzoeken er onder andere de samenhang tussen gewassen, bodem, biodiversiteit en water. Er wordt gemeten, getest en data verzameld. 

De kennis die daar ontstaat, blijft niet beperkt tot strokenteelt. Inzichten over bijvoorbeeld perceelsinrichting, rotaties, randen en natuurlijke plaagbeheersing kunnen ook relevant zijn voor andere teeltsystemen. 

“Op een kaart is dit gewoon landbouwgrond”, zegt Jacob van den Borne. “Maar wij kijken hier naar veel meer dan alleen de opbrengst. We meten wat er gebeurt met de bodem, het water, de biodiversiteit en het gewas. Wat werkt wel en wat niet? Dat kom je alleen te weten door het in de praktijk te proberen.”

Op een kaart zie je ook niet de metingen en data die over meerdere jaren zijn opgebouwd. Niet het onderzoek dat er plaatsvindt en de kennis die boeren, studenten en onderzoekers er opdoen. En ook niet welke nieuwe toepassingen er in de toekomst nog kunnen worden getest.

Het is één voorbeeld van een veel bredere vraag: weten we bij keuzes over grond eigenlijk voldoende welke waarde er op een plek al aanwezig is?


Wat past waar?

Niet iedere functie past overal en niet iedere hectare hoeft meerdere doelen tegelijk te dienen. De interessante vraag is juist wat waar het beste past en waar functies elkaar kunnen versterken.

Dat vraagt om gebiedskennis én praktijkkennis. Want wat op papier een logische combinatie lijkt, hoeft voor een boer nog niet uitvoerbaar te zijn. Andersom zijn er in de praktijk soms combinaties mogelijk die op een kaart niet direct zichtbaar zijn.

Ook in Brabant wordt steeds meer vanuit die samenhang naar het landelijk gebied gekeken. Binnen de Aanpak Landelijk Gebied worden natuur, water, bodem en klimaat gekoppeld aan een duurzaam perspectief voor de landbouw.

Binnen Reusel Zuid werken we vanuit een vergelijkbare gedachte. Samen met verschillende partijen kijken we naar de samenhang tussen landbouw, water, natuur en leefomgeving. Niet vanuit het idee dat overal dezelfde oplossing moet komen, maar vanuit de vraag wat in een specifiek gebied mogelijk en werkbaar is.

Dat is ingewikkelder dan functies op een kaart verdelen. Een keuze voor water kan gevolgen hebben voor landbouw én natuur. Een maatregel voor biodiversiteit moet ook praktisch inpasbaar zijn. En een technische innovatie heeft pas waarde als die buiten op het land daadwerkelijk werkt.

Juist daar moeten beleid, onderzoek en praktijk elkaar vinden.


Welke waarde telt mee?

Nederland staat de komende jaren voor grote keuzes over de schaarse ruimte. Daarbij zullen functies veranderen. Dat is onvermijdelijk. De vraag is daarom niet óf er keuzes gemaakt moeten worden, maar hoe we die keuzes maken.

Als ergens ruimte nodig is voor natuur, water, woningbouw of een andere maatschappelijke opgave, kijken we vanzelfsprekend naar wat die nieuwe functie kan opleveren. Maar een goede afweging begint een stap eerder.

Wat gebeurt er nu al op die plek? Welke waarde is daar aanwezig? Welke kennis en ontwikkeling zijn eraan verbonden? En kunnen functies misschien worden gecombineerd in plaats van volledig van elkaar te worden gescheiden?

Dat betekent niet dat landbouwgrond koste wat kost behouden moet blijven. En evenmin dat natuur, water of andere maatschappelijke opgaven minder belangrijk zijn. Het betekent wél dat een goede gebiedskeuze begint met begrijpen wat er op een plek al gebeurt, welke waarde daar is opgebouwd en welke functies elkaar kunnen versterken.

Want juist als ruimte schaars is, kunnen we ons niet permitteren om grond maar vanuit één functie te bekijken.




 

in News
AI leert insecten herkennen in het veld