Minder gewasbeschermingsmiddelen

Wat vraagt de stap naar precisietechniek?


Circa 28% minder middelen bij specifieke behandelingen, maar een investering die zich niet vanzelf terugverdient. Dat komt naar voren uit de bedrijfsopdracht van HAS-studenten Max de Groot, Corné Korstanje en Luuk van Doormaal bij VDBorne Aardappelen. Zij onderzochten de besparingen bij rijenbespuiting, variabel loofdoden en beslissingsondersteuning, en de drempels voor bredere toepassing.

Een spuitdop die dichtblijft boven kale grond. Een camera die herkent waar aardappelloof al afrijpt. Een digitaal advies dat helpt bepalen of een behandeling kan wachten. Precisielandbouw maakt het mogelijk om gewasbescherming gerichter toe te passen.

Hoeveel dat oplevert, onderzochten de studenten aan de hand van bedrijfsgegevens van VDBorne Aardappelen en gegevens van regionale telers. Via literatuur en gesprekken met teeltadviseurs brachten zij ook de financiële en praktische afwegingen in beeld.

Gericht behandelen: circa 28% minder middelen

Vroeg in het seizoen staan aardappelplanten nog in afzonderlijke rijen. Bij een volveldse bespuiting wordt ook de open ruimte tussen die rijen geraakt. Met afzonderlijk aanstuurbare spuitdoppen kan de behandeling op de gewasrijen worden gericht.

Voor 124 percelen berekenden de studenten de besparing bij de eerste twee bespuitingen in 2025. Die kwam gemiddeld uit op circa 28% ten opzichte van volvelds spuiten. Daarbij hielden zij rekening met de perceelsindeling: op het binnenveld kan de spuit de gewasrijen volgen, terwijl de mogelijkheden op de kopakker beperkter zijn.

Aan het einde van de teelt biedt variabel loofdoden een andere mogelijkheid. Niet alle planten op een perceel rijpen even snel af. Camera’s herkennen verschillen in de gewasstand, waarna de toepassing daarop wordt aangepast.

Uit de geregistreerde toepassingen op 135 percelen in 2025 volgde ook hier een gemiddelde middelenbesparing van circa 28%, vergeleken met een volveldse behandeling met de gehanteerde standaarddosering.

Bij variabel loofdoden rapporteert het onderzoek voor 2021 een gemiddelde besparing van 36% op 85 percelen, met vooraf gemaakte taakkaarten op basis van drone- en satellietbeelden. Omdat zowel de werkwijze als de teeltomstandigheden verschilden, kan hieruit niet worden afgeleid welke techniek beter presteert.

Ook de milieupunten zijn doorgerekend met de Milieumeetlat. Deze punten geven een berekende indicatie van de mogelijke belasting van waterleven, bodemleven en grondwater. Voor de drie onderzochte technieken samen kwam de berekende verlaging in 2025 uit op 20%.

Het juiste moment: twee spuitrondes minder, maar niet ieder jaar

Een beslissingsondersteunend systeem, kortweg BOS, helpt bepalen wanneer een behandeling nodig is. Het combineert bijvoorbeeld weersgegevens en informatie over het gewas met modellen voor ziekteontwikkeling. De teler blijft zelf beoordelen wat op het perceel nodig en uitvoerbaar is.

Het aantal schimmelbestrijdingen bij drie regionale aardappeltelers die een BOS gebruikten, is vergeleken met referentieschema’s van drie teeltadviseurs. In zowel 2023 als 2025 voerden deze telers gemiddeld twee spuitrondes minder uit dan in die schema’s.

In 2024 was de ziektedruk hoog. Het aantal behandelingen lag toen gemiddeld juist boven de gebruikte referentieschema’s.

Om de ontwikkeling in middelengebruik te beoordelen, zijn daarom gegevens uit meerdere teeltjaren belangrijk. De ziektedruk verschilt per seizoen en daarmee ook de behoefte aan behandeling. Een systeem dat helpt om gerichter te behandelen, levert niet ieder jaar minder spuitrondes op.


Wanneer verdient de investering zich terug?

Een besparing op middelen is nog geen sluitende rekensom voor de aanschaf van apparatuur. Voor het onderzochte systeem voor rijenbespuiting bedraagt de investering €62.400, inclusief installatie. Daar staat een berekende jaarlijkse middelenbesparing van €22,59 per hectare aardappelen tegenover.

Om de volledige investering uitsluitend uit die besparing in zeven jaar terug te verdienen, is ongeveer 395 hectare aardappelen per jaar nodig. Dat is een eenvoudige terugverdienberekening, zonder rente, onderhoud en restwaarde. Andere toepassingen van dezelfde apparatuur zijn daarin niet meegenomen.

Bij BOS ligt de financiële drempel een stuk lager. Een jaarlijkse licentie kost volgens het onderzoek €200 tot €500. Wanneer twee behandelingen vervallen, rekenen de studenten met circa €233 besparing per hectare aan middelen en loonwerk. Daarmee kunnen de licentiekosten al rond twee hectare worden terugverdiend. Eventuele sensoren en een weerstation vallen buiten deze rekensom. Bij een eigen veldspuit hangt de besparing af van de kosten die daadwerkelijk vervallen.


Meer hectares helpen, maar vragen ook meer planning

Een loonwerker die veel hectares behandelt, kan een investering over een groter oppervlak benutten. Tegelijkertijd komt uit de gesprekken met teeltadviseurs de andere kant van die schaal naar voren: al die percelen moeten binnen geschikte spuitmomenten worden behandeld.

Meer hectares helpen de financiële rekensom, maar maken het niet vanzelf gemakkelijker om overal op het geadviseerde moment te werken. Een digitaal advies voor één perceel moet passen in de planning van machines en mensen.

Ook ervaring speelt mee. Een van de adviseurs vertelt dat de hoge phytophthoradruk in 2024 telers terughoudender heeft gemaakt om een behandeling uit te stellen. Zelfs wanneer een systeem daarvoor ruimte aangeeft, kan de ervaring van een zwaar ziektejaar blijven meewegen.

Een teler hoeft bovendien niet zelf achter het scherm te zitten om BOS te benutten. Ook via de teeltadviseur komt de informatie op het bedrijf terecht. Die kan het spuitadvies ermee afstemmen op de omstandigheden van de teler. Vervolgens draait het om de praktische afweging: kan een behandeling wachten, waarom is dat verantwoord en past het geadviseerde moment in de planning?

Investeren vraagt afspraken in de keten

De onderzochte technieken laten zien dat gerichter behandelen middelen kan besparen. De financiële besparing is echter niet altijd voldoende om de benodigde apparatuur terug te verdienen. Daarnaast moet een teelt voldoende opleveren om ruimte te houden voor nieuwe investeringen. Wanneer opbrengstprijzen de kostprijs niet dekken, komt die ruimte onder druk te staan.

Dat maakt verdere toepassing ook een vraagstuk voor de voedselketen. Langjarige afzetafspraken, prijzen die ruimte bieden voor verduurzaming en het delen van investeringsrisico’s kunnen helpen om de stap naar precisietechniek mogelijk te maken. Welke afspraken passen, vraagt om overleg tussen telers, verwerkers, afnemers en retailers, met de overheid als partner bij de maatschappelijke doelen.

Hoe vertalen we de gezamenlijke ambitie om minder middelen te gebruiken naar afspraken waarin ook de investering, het risico en de opbrengst worden gedeeld?





 

in News
Wat is landbouwgrond eigenlijk waard?