De vraag is niet alleen hoeveel water we gebruiken, maar vooral hoe slim we ermee omgaan.
Water staat steeds vaker centraal in het maatschappelijke debat. Na een week met extreme hitte en oplopende droogte werd opnieuw duidelijk hoe afhankelijk gewassen zijn van voldoende vocht. Op veel plaatsen draaiden de beregeningsinstallaties volop en op sommige percelen is de eerste droogteschade inmiddels zichtbaar.
Tegelijkertijd klinkt steeds vaker de oproep om zuiniger met water om te gaan en minder te beregenen. Dat klinkt logisch. Maar wat betekent dat eigenlijk? En hoe zorgen we ervoor dat we met minder water voldoende voedsel blijven produceren?

Water begint niet bij de haspel
Tijdens droge perioden is de beregeningsinstallatie misschien wel het meest zichtbare onderdeel van watergebruik in de landbouw. Daardoor lijkt de discussie soms kleiner dan zij werkelijk is.
Water begint namelijk niet bij de haspel. Het begint bij regen die in de bodem infiltreert, een bodem die water kan vasthouden, gezonde gewassen die op het juiste moment over voldoende vocht beschikken en de keuzes die dagelijks op een landbouwbedrijf worden gemaakt.
Beregenen is daarmee geen doel op zich, maar één onderdeel van een veel groter watersysteem.
Iedere beregeningsbeurt is een afweging
Veel mensen denken dat een boer beregent zodra het droog wordt. In de praktijk is iedere beregeningsbeurt een afweging. Welk gewas heeft het water op dat moment het hardst nodig? Waar levert een beregeningsbeurt het meeste effect op? En welke percelen kunnen nog even wachten?
Op het bedrijf van Jacob van den Borne worden die keuzes ondersteund met satellietbeelden, bodemscans en achttien bodemvochtsensoren die continu inzicht geven in de vochttoestand van bodem en gewassen. Zo wordt duidelijk waar beregenen het meeste oplevert.
Soms betekent dat ook bewust kiezen om een gewas niet te beregenen. Zo werd dit seizoen besloten om de tarwe niet te beregenen, zodat de beschikbare capaciteit kon worden ingezet op gewassen waar het verschil groter is. Volgens Van den Borne wordt beregenen daardoor steeds minder een automatisme en steeds meer een strategische keuze.
Die afweging laat ook zien dat water een kostbaar productiemiddel is. Beregenen vraagt om investeringen in machines, energie, arbeid en tijd. Een boer beregent daarom niet omdat het kan, maar omdat het op dat moment het verschil kan maken.
Meer water geven is niet altijd de oplossing
De afgelopen week liet bovendien zien hoe grillig het weer kan zijn. Na dagen van extreme hitte volgden lokaal zware buien, hagel en windschade. Juist die afwisseling maakt goed watermanagement steeds belangrijker.
Daar komt nog iets bij. Tijdens extreem warme dagen kan een gewas zoveel water verdampen dat geen enkele beregeningsinstallatie dat volledig kan aanvullen. Zoals Jacob van den Borne het omschrijft: "Dat kun je niet tegen beregenen."
De uitdaging is dan niet om méér water te geven, maar om ervoor te zorgen dat een gewas vóór zo'n hitteperiode zo weerbaar mogelijk is. Het juiste moment van beregenen blijkt vaak belangrijker dan simpelweg meer water geven.
De gevolgen gaan verder dan de opbrengst
Wanneer een gewas tijdens een cruciale groeifase onvoldoende vocht beschikbaar heeft, blijven de gevolgen niet beperkt tot een paar kilo minder opbrengst.
Volgens Jacob van den Borne kan een vochttekort tijdens belangrijke groeimomenten leiden tot een lagere productie en een mindere kwaliteit van het eindproduct. Dat heeft gevolgen voor onder andere sortering, bewaarbaarheid en uiteindelijk ook het rendement van een teelt.
Daarmee raakt de discussie over water uiteindelijk veel meer dan alleen de landbouw. Water is immers de basis van onze voedselproductie.

Water doet meer dan alleen gewassen groeien
Water speelt echter nog een bredere rol.
Gezonde, groeiende gewassen nemen koolstofdioxide op uit de lucht, produceren zuurstof en verdampen water. Die verdamping helpt planten zichzelf koel te houden en draagt bij aan een koeler en groener landschap. Wanneer gewassen langdurig onder droogtestress staan, nemen zowel de groei als deze natuurlijke processen af.
Water is daarmee niet alleen belangrijk voor de oogst, maar ook voor het functioneren van het landschap waarin we allemaal leven.
De uitdaging begint vóór de droogte
Wie de droge zomers van de afgelopen jaren ziet, zou kunnen denken dat Nederland simpelweg te weinig water heeft. Toch is dat beeld te eenvoudig.
Nederland heeft niet elk jaar te weinig water. De grotere uitdaging is dat water niet altijd beschikbaar is op het moment dat gewassen het nodig hebben. Juist daarom gaat de discussie niet alleen over minder gebruiken, maar vooral over beter vasthouden, slimmer verdelen en gerichter inzetten.
Volgens Van den Borne begint slimmer watergebruik daarom niet tijdens een droge zomer, maar juist tijdens natte perioden. Door water zoveel mogelijk te laten infiltreren en de bodem als buffer te gebruiken, kan een deel van het overschot worden benut wanneer het later droog wordt.
Ook een gezonde bodem met voldoende organische stof kan bijdragen aan het langer vasthouden van water. Welke maatregelen het meest effectief zijn, verschilt echter per gebied, bodemtype en teelt. Juist daarom zijn metingen, data en praktijkervaring onmisbaar om goede keuzes te maken.
Water is een vraagstuk voor ons allemaal
Water wordt vaak besproken vanuit afzonderlijke belangen: landbouw, natuur, drinkwater of industrie. In werkelijkheid maken al deze functies gebruik van hetzelfde watersysteem.
De keuzes die we vandaag maken over water raken daarom veel meer dan alleen de landbouw. Ze bepalen ook hoe weerbaar ons landschap is tegen langdurige droogte en extreme neerslag en hoe we ons watersysteem in de toekomst inrichten.
De opgave is dus niet óf we zuiniger met water moeten omgaan. Die beweging is al ingezet. De grotere uitdaging is hoe we dat doen op een manier die werkt voor landbouw, natuur én samenleving.
Dat vraagt niet alleen om technische innovaties, maar vooral om een beter begrip van het complete watersysteem. Hoe houden we regenwater langer vast? Welke rol speelt de bodem? Wanneer is beregenen echt nodig? Welke maatregelen werken op welke plek? En hoe kunnen data helpen om betere keuzes te maken?
Van discussie naar inzicht
Voor deze vragen bestaan geen eenvoudige antwoorden. Iedere bodem, ieder gebied en iedere teelt kent zijn eigen uitdagingen. Juist daarom wordt het steeds belangrijker om kennis, praktijkervaring en nieuwe inzichten met elkaar te verbinden.
Bij VDBorne Campus komen juist dit soort vragen samen. Niet om één oplossing te vinden, maar om in de praktijk te onderzoeken welke combinatie van bodem, water, gewas en data daadwerkelijk werkt. Met de faciliteiten op het Field of the Future is er ruimte om deze vraagstukken verder te onderzoeken.
Want uiteindelijk gaat de discussie niet alleen over beregenen. De grotere uitdaging is hoe we in een veranderend klimaat iedere beschikbare druppel water zo slim mogelijk benutten. Misschien is dat wel de belangrijkste stap naar een toekomstbestendig watersysteem voor landbouw, natuur én samenleving.
